VERSTILLING

De wind waait
in fasen
spreekt boekdelen
in een langdurig
monoloog

De storm raast
over de velden
de menselijke spraak
vervaagt, vervliegt
is nietig

De kracht van de wind
neemt toe
het is geen spreken meer
het is de schreeuw
van de bulderende natuur

In een tijdloos ogenblik
neemt de wind af
gaat zachtaardig liggen
stilte en verstilling
heersen.

terug